Marco van de Reep: LEC volwaardig Brzo-platform voor veiligheidsregio’s
Een bestuurlijke kijk van Marco van de Reep van het Bureau Veiligheidsberaad op het belang van het LEC BrandweerBRZO.

Marco van de ReepHet Brzo-terrein is Marco van de Reep (45), senior beleidsmedewerker bij het Bureau Veiligheidsberaad, niet vreemd. De voormalige milieudeskundige is hier verantwoordelijk voor alle brandweerdossiers, waaronder ook die van BrandweerBRZO. Een bestuurlijke kijk van een nuchtere Noord-Hollander op het belang van het Landelijk Expertiscentrum (LEC).

U hebt een bestuurlijk-juridische  achtergrond. Vanwaar de belangstelling voor BRZO?
“O, dat is wel verklaarbaar. Ik heb voorheen bij de gemeente Velsen, de Milieudienst IJmond en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gewerkt. Met bedrijven als Corus, DSM en de havengebieden in de nabijheid krijg je natuurlijk automatisch te maken met vergunningverlening en handhaving. Maar ik ben toch vooral juridisch-bestuurlijk bezig. Het Veiligheidsberaad is namelijk een bestuurlijk platform, dus ik kijk er vooral met een bestuurlijk oog naar. Daarnaast ben ik secretaris van de Bestuurscommissie Brandweer. Voorzitter hiervan is Jan Lonink, burgemeester van Terneuzen; een gemeente met een aantal nogal risicovolle bedrijven. Binnen het Veiligheidsberaad beschikken we dus over voldoende bestuurlijke ervaring en deskundigheid. De technische kennis zit bij de NVBR. Het brandweeradvies over vergunningverlening en handhaving valt tegenwoordig onder de vlag van de veiligheidsregio’s. Bij calamiteiten wordt nu ook de voorzitter van de veiligheidsregio aangesproken. Dus het is wel zo verstandig om het dossier BrandweerBRZO goed te blijven volgen.  

Waar merkt u aan dat het LEC belangrijk is voor de veiligheidsregio’s? 
Het LEC BrandweerBRZO is pakweg vier jaar actief en is van grote waarde voor het werkveld. Het onderling uitwisselen en benutten van de gebundelde Brzo-kennis door de veiligheidsregio’s levert allereerst een besparing in mensuren en geld op. Rotterdam-Rijnmond kan als één van de voorbeeldregio’s fungeren op het gebied van BRZO. Zij kan andere, minder dichtbevolkte veiligheidsregio’s met risicovolle bedrijven helpen deze specifieke expertise verder op te bouwen. Een goede advisering voorkomt ongelukken en zorgt voor een veiligere leefomgeving. Ik twijfel dus niet aan de meerwaarde van het LEC BrandweerBRZO. Het Veiligheidsberaad heeft dan ook in de vergadering van maart j.l. aangedrongen op het continueren van de financiering van het LEC.

De veiligheidsregio’s krijgen nog te maken met een aantal uitdagingen op het gebied van industriële veiligheid. Bent u het daar mee eens?
Zeker. Ik zie in zekere zin twee uitdagingen voor me. Allereerst: Hoe houd je als veiligheidsregio een voet tussen de deur bij het bevoegd gezag, die belast is met de vergunningverlening en handhaving. Met de komst van de regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s) zal dat nog lastiger en ingewikkelder worden, omdat deze niet altijd 1 op 1 territoriaal overlappen met de veiligheidsregio’s. Het is belangrijk om de brandweer vroegtijdig bij de advisering over zaken als vergunningverlening tunnelveiligheid en handhaving te betrekken. Op die manier fungeert zij als een volwaardig partner. Niet de vergunning, maar het naleefgedrag bepaalt tenslotte het echte risico. Op de tweede plaats zou ik het logisch vinden wanneer de veiligheidsregio’s elkaar ook zouden gaan steunen met specifiek materieel, zoals dat gebeurt bij natuurbranden. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan de veiligheidsregio Noordoost Gelderland die een veiligheidsregio als Noord-Holland helpt bij een duinbrand. Zo wordt een investering optimaal benut door meerdere regio’s.

Wat zijn volgens u de kernprioriteiten van Brzo-beleid?
Het begint altijd met kennis. Ik signaleer dat we nog geen echt goed landelijk beeld hebben van alle specifieke kennis en expertise die er zeker bij de gezamenlijke veiligheidsregio’s aanwezig moet zijn. Of dat nu gaat over natuurbranden, CBRN of BRZO. Een eerste goede stap is naar mijn idee de ontwikkeling van een landelijke kenniskaart. Bij een calamiteit zou dan één druk op de knop voldoende moeten zijn om te weten waar de specifieke expertise te vinden is en welke regio’s hierbij hulp kunnen bieden. Ik weet dat er ondertussen gewerkt wordt aan een landelijk dekkingsplan om deze informatie gebundeld te krijgen. Een andere, ook niet onbelangrijke prioriteit, is ervoor te zorgen dat je als veiligheidsregio als volwaardig en deskundig partner aan tafel komt tijdens het proces van advisering en handhaving. Naar aanleiding van vragen uit de Tweede Kamer over de calamiteit in Moerdijk kwam naar voren dat de handhavinggegevens (risico’s en naleefgedrag bedrijven) nog te weinig inzichtelijk zijn. Centrale bundeling maken het bijwerken van de gegevens makkelijker. De vraag blijft alleen welke instantie dat moet doen.  

Het LEC wil van betekenis zijn voor de veiligheidsregio’s. Wat is hiervoor nodig?
Drie dingen komen hierbij kijken: voldoende menskracht, geld en een goede informatiestructuur. Voor de informatieopbouw door middel van onder meer virtuele samenwerkingsverbanden moet het LEC een beroep doen op alle Brzo-regio’s. Het beheer ervan kan dan worden gedaan door een ervaren Brzo-veiligheidsregio als Rotterdam-Rijnmond. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer het LEC opereert als een volwaardig platform van en voor de veiligheidsregio’s dit het LEC uiteindelijk een breed draagvlak oplevert binnen het Brzo-werkveld.”

Classificatie : Informerend
Gepubliceerd: 29-8-2011