De Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) is bezorgd over de gegevens die staatssecretaris Atsma (Infrastructuur en Milieu) gisteren naar buiten heeft gebracht over de veiligheidsprestaties van Brzo- en PGS 15-bedrijven. De VNCI stelt voorop dat bedrijven de veiligheid geborgd moeten hebben. De tekortkomingen uit de inspecties, waarbij het met name ging om borging van het veiligheidsmanagementsysteem, moeten door de bedrijven aangepakt worden. Samen met VNO-NCW en een aantal andere brancheorganisaties werkt de VNCI op dit moment aan een plan dat de veiligheid in de industrie als geheel verder moet verbeteren.
In zijn brief aan de Tweede Kamer noemt Atsma de namen van 27 Brzo-bedrijven die bij eerdere inspecties tweemaal “slecht” scoorden en van 24 PGS 15-bedrijven waar onvoldoende voortgang wordt gemaakt in de (administratieve) borging van de (brand)veiligheid. Van deze bedrijven zijn er vijf lid van de VNCI. De VNCI heeft contact met hen opgenomen en gebleken is dat veel verbeterpunten inmiddels door de bedrijven zijn aangepakt.
Samen met een aantal brancheorganisaties, waaronder de VNCI, wordt in VNO-NCW verband gewerkt aan een actieplan voor Brzo-bedrijven. In dit actieplan, onder de titel ‘Veiligheid Voorop’ staan de kernelementen van een solide veiligheidscultuur centraal: betrokken leiderschap, excellente uitvoering van het veiligheidsbeheerssysteem, actieve veiligheidsnetwerken voor betere veiligheidsprestaties en het in de keten alleen zaken doen met veilige bedrijven. Brancheorganisaties zullen met hun leden kijken naar mogelijkheden om de veiligheid in de branches verder te verbeteren. Daarbij speelt transparantie over de veiligheidsprestatie een grote rol. Na de zomer wordt het plan formeel naar buiten gebracht.
De VNCI pleit er daarnaast voor dat de regionale uitvoeringsdiensten (RUD’s) die de vergunningverlening, toezicht en handhaving in een regio verzorgen voor Brzo-bedrijven landelijk aangestuurd worden. De VNCI vindt dat de verantwoordelijkheid voor Brzo-bedrijven bij niet meer dan vier regionale diensten neergelegd moet worden. Hierdoor is elk van die vier RUD’s automatisch verantwoordelijk voor voldoende te controleren Brzo-bedrijven, waardoor een voldoende hoog deskundigheidsniveau van de dienst geborgd kan worden.
Veiligheid in de chemische industrie
De VNCI en de chemische industrie zijn zich bewust van de risico's die voortvloeien uit de bedrijvigheid in de sector. De individuele bedrijven zijn voortdurend bezig om steeds veiliger te werken. De VNCI ontplooit veel activiteiten om haar leden hierbij te ondersteunen. Een goede samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven is volgens de VNCI noodzakelijk om de externe veiligheid in de chemische industrie te waarborgen en te verbeteren.
De Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) wil optimale voorwaarden creëren voor het functioneren en de groei van de chemische sector in Nederland en bevordert de kwaliteit van de sector. De chemische sector is goed voor een omzet van € 47 miljard en is binnen de Nederlandse industrie verantwoordelijk voor circa 7% van de werkgelegenheid, 19% van de productie, 19% van de export, 19% van de investeringen en 24% van de onderzoeks- en ontwikkelingsuitgaven.
VNCI “Veiligheid moet gewaarborgd zijn”
reactie op bericht 14 juli 2011 van staatssecretaris Atsma
Artikelen
| Bericht op website Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) | |
| Bericht Rijksoverheid - 14 juli 2011 staatssecretaris Atsma |
Classificatie : Informerend
Gepubliceerd: 15-7-2011