In deze scriptie staat de casus van CMI centraal om de inrichting van de brandweerorganisatie met betrekking tot handhaving op brandveiligheid te analyseren. Bij de brand in het containeroverslagbedrijf CMI in Rotterdam leden de bedrijven die goederen in opslag bij CMI hadden aanzienlijke schade. Deze bedrijven stelden, naast CMI, ook de gemeente Rotterdam en de dienst DCMR aan wie de handhaving was opgedragen, aansprakelijk voor de geleden schade. De rechtbank van Rotterdam stelde deze bedrijven in
het gelijk en stelde zowel de gemeente Rotterdam als de dienst DCMR aansprakelijk wegens het nalaten van handhaving.
Vanwege de relevantie van deze casus voor het werkveld van de brandweer is de volgende probleemstelling gedefinieerd: Hoe kan de handhavingstructuur binnen de brandweer worden ingericht, zodat het risico op aansprakelijkheidstelling wordt beperkt?
In de scriptie wordt deze probleemstelling in een viertal deelvragen uitgewerkt:
- Wat leert de CMI-casus en andere rechtelijke uitspraken over handhaving door de brandweer en andere overheden?
- Hoe is handhaving bij de brandweer ingevuld / georganiseerd en welke motieven liggen daar aan ten grondslag?
- In hoeverre kunnen de elementen van de Tafel van 11 door de brandweer als leidraad van handelen gebruikt worden?
- Welke randvoorwaarden dienen gesteld te worden om uitvoering van de handhavingelementen binnen de brandweer te realiseren?