Eén van de redenen om een nieuw kwaliteitsstelsel in te voeren was de variatie van brandweeronderwijs in Nederland. In het voormalige ranggerichte opleidingsstelsel werden hinderlijke verschillen in onderwijs en examinering ervaren. Ook verschillen met betrekking tot de functies leidden niet altijd tot gewenste duidelijkheid. Voor het functioneren als bevelvoerder was in het ene korps een succesvol afgeronde opleiding onderbrandmeester voldoende, waar in een ander korps de opleiding brandmeester werd vereist. Ook kwam het
voor dat brandweerfunctionarissen, nadat ze het diploma behaald hadden, eerst een korpsspecifieke opleiding of een inwerktraject moesten volgen, voordat ze daadwerkelijk operationeel werden ingezet.
Met het nieuw kwaliteitstelsel wordt de eenheid in het brandweeronderwijs geborgd. Daarnaast kan de korpsspecifieke opleiding of het inwerktraject worden geïntegreerd in de opleiding. Tot slot wordt met het nieuwe kwaliteitsstelsel het terugdringen van het aantal slachtoffers onder brandweerfunctionarissen beoogd.
