De vuurwerkramp in Enschede van 13 mei 2000 en de cafébrand in Volendam op nieuwjaarsnacht 2001 schokten Nederland, omdat de grenzen van de ‘garantie’ op veiligheid die de (lokale) overheid bood, pijnlijk aan het licht kwamen. De resulterende onderzoeken door de rijksinspecties en de commissies-Oosting en -Alders gaven een dieper inzicht in de stand van zaken van de rampenbestrijding in Nederland dan ooit tevoren. De evaluaties gaven ook tal van verbeterpunten aan die door de rijksoverheid werden vertaald in een totaal van 147 actiepunten. De rijksoverheid en de lokale overheden
beloofden structureel tientallen miljoenen extra beschikbaar te stellen voor een verbetering van de rampenbestrijding.
In de zomer van 2002 boog een gemêleerde groep van ervaringsdeskundigen op het gebied van rampenbestrijding zich over de vraag of met al deze nieuwe aandacht nu wel de essentie van rampenbestrijding zichtbaar was geworden. Hadden de verantwoordelijke bestuurders ruim twee jaar na de vuurwerkramp werkelijk zicht op rampenbestrijding gekregen?
De opdracht die wij ons stelden, was daarmee helder: beschrijf kort en leesbaar waarhet bij rampenbestrijding om gaat. Wat is nu werkelijk essentieel en moet daarom goed geregeld zijn in de voorbereiding of goed opgepakt worden tijdens de bestrijding van een ramp.
Zicht op rampenbestrijding; Een wegwijzer voor bestuurders en leden van rampstaven
Nibra publicatiereeks nr. 17 (2003)
Classificatie : Informerend
Gepubliceerd: 10-2003

