In de afgelopen jaren heeft de rijksoverheid een nieuw waarschuwings- en alarmeringssysteem voor crises en rampen ontwikkeld, genaamd NL-Alert. Dit alarmeringssysteem maakt gebruik van de techniek cell-broadcast, waarbij berichten worden verzonden via de zendmasten van de mobiele telefoonaanbieders. Personen die NL-Alert berichten willen ontvangen, dienen te beschikken over een mobiele telefoon die op de juiste manier is ingesteld. Het streven is om NL-Alert te gebruiken voor het versturen van korte en duidelijke alarmeringsberichten. Het systeem beoogt een aanvulling te zijn op de reeds bestaande alarmeringsmiddelen.
Eind 2011 wil de rijksoverheid een besluit nemen over de invoering van NL-Alert. Dit besluit is mede afhankelijk van verschillende testen. Dit onderzoek naar de beleving en perceptie van burgers, gekoppeld aan een drietal praktijktests, maakt daarvan deel uit.
Het onderzoek richt zich op de feitelijke ontvangst van NL-Alert berichten, de handelingsbereidheid en een meer algemene beleving en attitude ten opzichte van deze vorm van crisiscommunicatie.
Doelstelling van het onderzoek
De doelstelling van dit onderzoek is het bieden van inzicht in de mate waarin burgers berichten via NL-Alert kunnen ontvangen en hoe zij staan tegenover deze wijze van alarmering.
In dit onderzoek stonden de volgende onderzoeksvragen centraal:
- In hoeverre ontvangen burgers een bericht via NL-Alert?
- Wat is de beleving van burgers ten aanzien van NL- Alert; zowel voor wat betreft het bericht zelf, alsook in vergelijking met de alarmering via de traditionele sirene?
- In hoeverre hebben burgers de intentie om het handelingsperspectief op te volgen dat wordt aangegeven in een bericht via NL-Alert?

