In de toetswijzer wordt de proeve van bekwaamheid Voertuigbediener beschreven en toegelicht. De proeve stelt de kandidaat in de gelegenheid om aan te tonen dat hij de kerntaken uit het kwalificatieprofiel Voertuigbediener beheerst. De proeve van bekwaamheid bestaat uit verschillende toetsvormen, een methodenmix.
In de proeve staan drie kerntaken centraal:
- uitruk en verkenning
- inzet
- nazorg.
De proeve van bekwaamheid bestaat uit de volgende onderdelen.
- Geslotenvragentoets ‘voertuigbediener algemeen’.
- Geslotenvragentoets ‘pompbediener’ (behorende bij het keuze-onderdeel pompbediener).
- Praktijksimulatie ‘inzet als pompbediener’ (behorende bij het keuze-onderdeel pompbediener).
- Praktijksimulatie ‘inzet als bediener redvoertuig’ (behorende bij het keuze-onderdeel bediener redvoertuig).
- Praktijksimulatie ‘inzet als bediener hulpverleningsvoertuig’(behorende bij het keuze-onderdeel bediener hulpverleningsvoertuig).
- Praktijksimulatie ‘inzet als bediener haakarmvoertuig’(behorende bij het keuze-onderdeel bediener haakarmvoertuig).
- Praktijksimulatie ‘inzet als bediener verbindingscommandowagen’(behorende bij het keuze-onderdeel bediener verbindingscommandawagen).
