Op dinsdag 30 januari 2007 wordt rond tien voor negen in de ochtend aan de alarmcentrale een brand gemeld aan boord van een schip in de haven van Velsen. Het blijkt te gaan om een grootvissersschip, een zogenoemde ‘diepvrieshektrawler’. De brand blijkt hevig en moeilijk te bedwingen. Daarbij komen er stoffen vrij die een mogelijk gevaar opleveren voor de omgeving. Hulpverleningsdiensten rukken grootschalig uit en de incidentbestrijding wordt opgeschaald tot GRIP 3.i De gemeente Velsen is de brongemeente, maar de effecten zijn vooral merkbaar in de gemeente Beverwijk. De burgemeesters van beide gemeenten geven samen leiding aan de crisisbeheersingsoperatie.
De brand woedt lange tijd. Op vrijdag 2 februari, vier dagen na het ontstaan van de brand, wordt het sein ‘brand meester’ gegeven. Dit sluit een intensieve periode af voor de betrokken gemeenten en hulpverleningsdiensten. Maar ook voor bewoners en ondernemers in de directe en minder directie omgeving van het schip heeft deze brand stevige implicaties.
De gemeenten Velsen en Beverwijk hebben al tijdens de fase van crisisbeheersing (responsfase)besloten tot het laten uitvoeren van een evaluatie van de crisisbeheersing.
Evaluatie van de crisisbeheersing rond de brand op de Willem van der Zwan
Artikelen
| COT NIFV Eindrapport scheepsbrand Velsen |
Bron :
Classificatie : Informerend
Gepubliceerd: 11-6-2007

