Procedure brandweerbijstand 2003
Algemene maatregel van bestuur

Na de hoogwatersituatie in 1995 is, naar aanleiding van geconstateerde knelpunten ten aanzien van interregionale bijstandsverlening, op initiatief van het ministerie van  Binnenlandse Zaken een breed samengestelde werkgroep aan de slag gegaan met de opdracht de bijstandprocedure van 1988 te actualiseren.
De werkgroep bestond onder meer uit vertegenwoordigers van regionale brandweren,  provincies en Binnenlandse Zaken die op een of andere wijze betrokken waren bij de maatregelen naar aanleiding van die hoogwaterdreigingen en van daaruit de nodige voorstellen voor verbetering van de bijstandsprocedure konden aandragen. De werkgroep heeft verder belangrijke verbeteringen voorgesteld door het introduceren van de brandweercompagnie, het eenduidig benoemen van bijstandseenheden met daarbij het principe van zo veel mogelijk logistieke 'self-support' van de bijstandseenheden en het introduceren van bijstand met multidisciplinaire commandoteams. Tevens heeft de werkgroep aanbevelingen geformuleerd voor een aanpassing van de regeling voor de financiële afwikkeling van bijstandskosten. 

De herziene procedure Brandweerbijstand is in 1996 door BiZa in concept naar alle betrokken besturen en operationele diensten toegestuurd met het verzoek in voorkomende situaties reeds conform de nieuwe procedure te handelen, vooruitlopend op de definitieve vaststelling.
Met deze procedure is vervolgens enkele jaren ervaring opgedaan. Parallel daaraan is gewerkt aan de formalisering van de procedure en aan de aanpassing van de regeling voor bijstandskosten. Naar aanleiding van samenvoegingen van regio’s en de ervaringen met onder andere de vuurwerkramp is de conceptprocedure Brandweerbijstand opnieuw geactualiseerd en met brief EB2001/103486, d.d. 8 oktober 2001, aan alle provinciale en regionale besturen gezonden met de vrag of zij daarmee
konden instemmen. Ook heeft de Inspectie OOV over deze conceptversie van de bijstandsprocedure advies uitgebracht. In het algemeen zijn de reacties positief geweest en kanttekeningen konden relatief eenvoudig worden verwerkt.

Naar aanleiding van de rapportages over de vuurwerkramp tenslotte is nog eens kritisch gekeken of de procedure voldoende waarborgen bood voor een adequate interregionale bijstand bij rampen. De procedure Brandweerbijstand vloeit immers voort uit artikel 10 van de Brandweerwet 1985 (nu art. 51 van de Wet veiligheidsregio's 2010) en maakt derhalve deel uit van het normatieve totaalkader van de rampenbestrijding. Aan de hand van informatie van de Inspectie OOV over de bestrijding van recente ongevallen en rampsituaties is geconstateerd dat dit in onvoldoende mate het geval was. De procedure is daarom op een aantal punten gewijzigd om de vrijblijvendheid terzake van de uitrukken, inzettijden en overige operationele vereisten terug te dringen. Het wegnemen van vrijblijvendheid ten aanzien van de voorbereiding van rampenbestrijding is immers een uitdrukkelijk thema in het huidige regeringsbeleid. Verder heeft de Inspectie OOV de nieuwe procedure getoetst aan kwaliteitscriteria voor normstelling, zoals operationele bruikbaarheid, consistentie, eenduidigheid en toetsbaarheid. Deze aanbevelingen zijn voor een belangrijk deel overgenomen.
 
De procedure Brandweerbijstand 2003 is formeel door de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de commissarissen van de Koningin vastgesteld.

Classificatie : Informerend
Gepubliceerd: 2-2003