Voorgesteld is om de Effectwijzer samen met het Schadescenarioboek te vernieuwen.
Voorwoord:
De effectwijzer is een aanvulling op bestaande publicaties over ongevallen en rampen en vloeit voort uit de nota Veiligheidsbeleid 1995-1998 als veiligheidseffectanalyse. Het is vooral bedoeld voor gemeentebestuurders. Zij krijgen met de effectwijzer snel inzicht in de gevolgen van calamiteiten: de aard van het effect, het aantal slachtoffers en de aard van het letsel. Het gaat daarbij niet om een gedetailleerd inzicht maar om een indicatie.
Ten eerste stelt deze handleiding de bestuurder in staat om in een vroeg stadium van besluitvorming rekening te houden met veiligheidsaspecten: als het nog de vraag is wat de gemeente op een bepaalde plaats wil bouwen en er zelfs nog niet gekeken wordt naar vergunningen. Daarmee is de Effectwijzer een belangrijke aanvulling op de toetsing aan bestaande risiconormen in het externe veiligheidsbeleid.
Ten tweede biedt de Effectwijzer de gelegenheid om te controleren of een gemeente voldoende is voorbereid op de gevolgen van calamiteiten. Het is dus geen handleiding voor de bestrijding van calamiteiten.
Het raadplegen van de Effectwijzer kan aanleiding zijn om actie te (laten) ondernemen, zoals: nader overleg voeren met hulpverleningsdiensten, oefeningen houden of studie verrichten. Zo bevordert de Effectwijzer de veiligheid in de Nederlandse gemeenten.
Toegevoegd:
In de praktijk bleek dit document direct te worden doorgegeven aan de OGS functionarissen van de regionale brandweren. Het bleek door de gebruikte benadering lange tijd de enige methode te zijn om snel een redelijke inschatting te maken van het potentiële aantal slachtoffers bij projectie van een gaswolk op de kaart aan de hand van een aantal simpele aannames. De Effectwijzer sloot in gebruik goed aan op het Schadescenarioboek dat een eerste schatting mogelijk maakt van een potentieel door een gasontsnapping getroffen gebied. Daarmee verworf het zich snel een (niet voorziene) plaats in het arsenaal van de OGS functionarissen. Het is als zodanig ook steeds bij opleidingen gebruikt.
Omdat beide methoden elk een andere terminologie gebruiken en gedeeltelijk andere vaste aannames, bestaat al langere tijd de wens beide methoden beter op elkaar af te stemmen of zelfs te integreren.

