De verkeerswetgeving geeft de reguliere hulpdiensten - uitsluitend in geval van uitvoering van dringende taak - vrijstelling van een beperkt aantal verkeersvoorschriften. In de praktijk bleek dat aanleiding te geven tot onduidelijkheid en interpretatieverschillen. Naar aanleiding van enkele ongevallen waarbij brandweervoertuigen betrokken waren is de ‘Brancherichtlijn optische en geluidssignalen brandweer’ opgesteld om werkgevers en personeel van de brandweerkorpsen een handreiking te bieden bij het op verantwoorde wijze toepassen van deze vrijstellingen.
Per 1 maart 2009 is er een nieuwe wettelijke regeling van kracht: de Regeling optische en geluidssignalen 2009. Doel van deze regeling is om eenheid en structuur te brengen in het gebruik van zwaailichten en sirenes op de voertuigen van de hulpverleningsdiensten, het vereisen van typegoedkeuringen voor apparatuur en voertuigen, en opleidings- en oefeningseisen aan de bestuurders van de voertuigen die hiervan gebruikmaken. De regeling legt heel expliciet vast wat moet en wat mag.
Daarnaast geeft de regeling uit 2009 aan dat de politie, de brandweer en de diensten voor spoedeisende medische hulpverlening elk een richtlijn opstellen voor de werkzaamheden en de omstandigheden, waarin van de optische en geluidssignalen gebruik mag worden gemaakt. In de richtlijn wordt de branchespecifieke uitwerking gemaakt van de algemene uitgangspunten en eisen van de regeling.
De brancherichtlijn en de regeling bestaan dus naast elkaar.
Omdat de brancherichtlijn er eerder was dan de regeling uit 2009, is het mogelijk dat de brancherichtlijn moet worden aangepast. Dit zal nader onderzocht moeten worden.

