Gebruiksfase

Tijdens de gebruiksfase bepaalt de gebruiker of eigenaar van een gebouw de mate van brandveiligheid. Dit kan een woning zijn, maar ook een kantoor. Geeft de gebruiker of eigenaar zijn personeel goede instructies over hoe ze de brandveiligheid van het gebouw kunnen waarborgen? En houdt hij zich aan de wettelijke eisen voor brandveilig gebruik van het gebouw? In deze fase is er dus geen sprake meer van opdrachtgevers, maar van een eigenaar, gebruiker of bezoeker van een gebouw

Eisen en aandachtspunten
Voor het brandveilig gebruiken van een bouwwerk moet u een aantal maatregelen nemen. Daarbij moet u zich altijd houden aan de algemene voorschriften uit het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Gebruiksbesluit). Voor de meer risicovolle soorten gebruik moet u bovendien een gebruiksvergunning aanvragen of een gebruiksmelding doen. Door het formulier ‘Brandveilig gebruik bouwwerken’ in te vullen, kunt u nagaan welke situatie op u van toepassing is. Blijkt dat u een gebruiksvergunning nodig hebt of een gebruiksmelding moet doen, dan levert u het formulier in bij de gemeente waar het bouwwerk staat.

Gebruiksvergunning
U hebt een gebruiksvergunning nodig voor een beperkt aantal soorten van gebruik van bouwwerken. Het gaat bijvoorbeeld om de volgende situaties, waarbij nachtverblijf wordt geboden aan meer dan 10 personen of dagverblijf aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar of met een lichamelijke of verstandelijke handicap.

  • Gezondheidszorg: ziekenhuis, verzorgingshuis, psychiatrische inrichting en verpleeghuis. 
  • Kinderopvang: kinderdagverblijf, voorschoolse en naschoolse opvang en peuterspeelzaal. 
  • Onderwijs voor kinderen jonger dan 12: basisschool. 
  • Overnachting: hotel, motel, pension, herberg, opvangcentrum en kampeerboerderij.

Gebruiksmelding
Voor het gebruik van een aantal soorten bouwwerken kunt u volstaan met het doen van een gebruiksmelding. Het gaat bijvoorbeeld om de volgende situaties, waarbij verblijf wordt geboden aan meer dan 50 mensen:

  • Onderwijs voor kinderen ouder dan 12 jaar en volwassenen: klaslokaal en collegezaal. 
  • Lichte industrie: loods, stal en tuinbouwkas. 
  • Kantoor: bankgebouw, gemeentehuis en provinciehuis. 
  • Bijeenkomsten: congrescentrum, kerk, wijkgebouw, bioscoop, theater, casino, café, restaurant, kantine, discotheek, tentoonstellingsgebouw, museum en tribune in een sportgebouw. 
  • Sport: zwembad, sportzaal, sporthal, fitnesscentrum. 
  • Winkel: winkelcentrum, warenhuis, supermarkt, stationsgebouw en verkoop bij een groot tankstation.