Recente praktijkvoorbeelden van internationale samenwerking door Nederland zijn bijvoorbeeld de respons in Haïti en de voorbereidingen op binnenkomende buitenlandse bijstand in Nederland tijdens de overstromingsoefening EU FloodEx 2009.
Daarnaast heeft Nederland ook de mogelijkheid om in nationaal, VN of EU verband een Urban Search and Rescue (USAR)-module in te zetten en worden er door een aantal Nederlandse veiligheidsregio’s initiatieven ontplooid om modules te ontwikkelen die (in EU-verband) inzetbaar dienen te zijn voor diverse specialistische taken zoals water-rescue (WaterSave-team).
Verder heeft men in Nederland ook de beschikking over diverse EU opgeleidde ‘Civil Protection’ en ‘technical’ experts.
Rampen- en crisis management vindt plaats op drie bovennationale niveaus:
Landsgrensoverschrijdend:
Dit is het ‘laagste’ niveau van supranationale samenwerking waarbij een beperkt aantal landen, op basis van bijvoorbeeld bilaterale afspraken, convenanten en verdragen, in een grensregio met elkaar samenwerken.
Europese Unie:
Dit is het ‘midden’ niveau van supranationale samenwerking. Nederland maakt deel uit van de Europese Unie. Binnen deze Unie zijn er tussen de verschillende lidstaten afspraken gemaakt over samenwerking op het gebied van ‘Civil Protection’. Het betreft hier multilaterale EU afspraken die voor alle lidstaten gelden. Een verschil met landsgrensoverschrijdende samenwerking is dat deze afspraken voor de gehele Unie hetzelfde zijn en zich niet beperken tot een selecte groep landen, regio’s of gemeenten die een gemeenschappelijke grenszone hebben en daarover afspraken hebben gemaakt. Daarnaast is er een Memorandum of Understanding met de VN waarin afspraken zijn vastgelegd over de rol van de EU bij een ramp binnen de grenzen van de EU en daarbuiten.
Internationaal:
Dit is het ‘hoogste’ niveau van supranationale samenwerking en betreft wereldwijde hulpverlening ten tijde van crises en rampen. Deze afspraken beperken zich niet tot de Europese Unie, maar de EU kan wel een van de hulpverleners zijn. Belangrijke (gouvernementele) spelers zijn de Verenigde Naties, de Europese Unie en NAVO. Daarnaast zijn er ook vele non-gouvernementele spelers (NGO’s) zoals het Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen.
Informatie over elk niveau afzonderlijk is via de linkerkolom te vinden in het betreffende dossier.
Daarnaast heeft Nederland ook de mogelijkheid om in nationaal, VN of EU verband een Urban Search and Rescue (USAR)-module in te zetten en worden er door een aantal Nederlandse veiligheidsregio’s initiatieven ontplooid om modules te ontwikkelen die (in EU-verband) inzetbaar dienen te zijn voor diverse specialistische taken zoals water-rescue (WaterSave-team).
Verder heeft men in Nederland ook de beschikking over diverse EU opgeleidde ‘Civil Protection’ en ‘technical’ experts.
Rampen- en crisis management vindt plaats op drie bovennationale niveaus:
Landsgrensoverschrijdend:
Dit is het ‘laagste’ niveau van supranationale samenwerking waarbij een beperkt aantal landen, op basis van bijvoorbeeld bilaterale afspraken, convenanten en verdragen, in een grensregio met elkaar samenwerken.
Europese Unie:
Dit is het ‘midden’ niveau van supranationale samenwerking. Nederland maakt deel uit van de Europese Unie. Binnen deze Unie zijn er tussen de verschillende lidstaten afspraken gemaakt over samenwerking op het gebied van ‘Civil Protection’. Het betreft hier multilaterale EU afspraken die voor alle lidstaten gelden. Een verschil met landsgrensoverschrijdende samenwerking is dat deze afspraken voor de gehele Unie hetzelfde zijn en zich niet beperken tot een selecte groep landen, regio’s of gemeenten die een gemeenschappelijke grenszone hebben en daarover afspraken hebben gemaakt. Daarnaast is er een Memorandum of Understanding met de VN waarin afspraken zijn vastgelegd over de rol van de EU bij een ramp binnen de grenzen van de EU en daarbuiten.
Internationaal:
Dit is het ‘hoogste’ niveau van supranationale samenwerking en betreft wereldwijde hulpverlening ten tijde van crises en rampen. Deze afspraken beperken zich niet tot de Europese Unie, maar de EU kan wel een van de hulpverleners zijn. Belangrijke (gouvernementele) spelers zijn de Verenigde Naties, de Europese Unie en NAVO. Daarnaast zijn er ook vele non-gouvernementele spelers (NGO’s) zoals het Rode Kruis en Artsen zonder Grenzen.
Informatie over elk niveau afzonderlijk is via de linkerkolom te vinden in het betreffende dossier.

