Civiel-Militaire Samenwerking
Defensie heeft zich sinds de eerste jaren van deze eeuw ontwikkeld van een vangnet bij het tekort schieten van civiele capaciteiten tot een structurele veiligheidspartner. De vangnet functie betekende dat civiele autoriteiten vaak pas op het moment dat zich een ramp of crisis voor deed, bekeken wat de krijgsmacht aan de bestrijding zou kunnen bijdragen. Dat kostte veelal veel tijd en leidde vaak niet tot de gewenste resultaten. Doordat vooraf meestal niet bekend was met welke capaciteiten de krijgsmacht aan de crisisbeheersing kon bijdragen en daarover ook geen afspraken bestonden, kon de krijgmacht op onvoldoende effectieve wijze een rol spelen in de rampen- en crisisbeheersing.
In 2005 werden door de Ministeries van BZK, Justitie en Defensie de zogeheten Civiel-Militaire Bestuursafspraken (CMBA) gemaakt, waarbij de krijgsmacht de rol kreeg van structurele partner van de civiele autoriteiten. Dat betekende ook dat tevoren in kaart werd gebracht aan welke vormen van ondersteuning voor de crisisbeheersing de civiele autoriteiten behoefte zouden hebben en wat de krijgsmacht daar tegenover kan stellen in termen van menskracht, middelen, expertise en vaardigheden. De civiel-militaire bestuursafspraken werden daarna uitgewerkt en uitgebreid, hetgeen in 2006 leidde tot het convenant Intensivering Civiel-Militaire Samenwerking (ICMS).
De civiele autoriteiten kunnen een beroep doen op capaciteiten van Defensie op het moment dat specifieke deskundigheid of materieel vereist is of dat de civiele capaciteiten ontoereikend zijn in het kader van de openbare orde handhaving, de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of de rampen- en crisisbeheersing.
De gegarandeerde beschikbaarheid van de militaire capaciteiten in de “ICMS-catalogus” laat onverlet dat de civiele autoriteiten een beroep kunnen doen op Defensie als vangnet voor de inzet van andere (niet-gegarandeerde) capaciteiten.
In 2005 werden door de Ministeries van BZK, Justitie en Defensie de zogeheten Civiel-Militaire Bestuursafspraken (CMBA) gemaakt, waarbij de krijgsmacht de rol kreeg van structurele partner van de civiele autoriteiten. Dat betekende ook dat tevoren in kaart werd gebracht aan welke vormen van ondersteuning voor de crisisbeheersing de civiele autoriteiten behoefte zouden hebben en wat de krijgsmacht daar tegenover kan stellen in termen van menskracht, middelen, expertise en vaardigheden. De civiel-militaire bestuursafspraken werden daarna uitgewerkt en uitgebreid, hetgeen in 2006 leidde tot het convenant Intensivering Civiel-Militaire Samenwerking (ICMS).
De civiele autoriteiten kunnen een beroep doen op capaciteiten van Defensie op het moment dat specifieke deskundigheid of materieel vereist is of dat de civiele capaciteiten ontoereikend zijn in het kader van de openbare orde handhaving, de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde of de rampen- en crisisbeheersing.
De gegarandeerde beschikbaarheid van de militaire capaciteiten in de “ICMS-catalogus” laat onverlet dat de civiele autoriteiten een beroep kunnen doen op Defensie als vangnet voor de inzet van andere (niet-gegarandeerde) capaciteiten.
Actueel in dit dossier
| Titel | Datum | PublicatieExtra |
|---|---|---|
| Civiel-militaire samenwerking - stand van zaken 2006 | 11-6-2007 | 20070611 |
| Onderzoek naar de inzet van de krijgsmacht als medehandhaver van openbare orde bij grootschalige crises | 14-12-2009 | 20091214 |
| Defensie inzet tijdens hoogwater Zuid-Limburg | 08-01-2012 | 20120108 |
| Brochure Nationale Operaties en (inter)nationale noodhulp | 23-9-2010 | 20100923 |
| Informatie civiel-militaire samenwerking - van vangnet naar structurele crisispartner | 25-06-2010 | 20100625 |
Laatst gewijzigd: maandag 14 mei 2012

