Schuilen of ontruimen/evacueren
Bij incidenten met gevaarlijke stoffen kan een ontsnapte stof zich tot kilometers benedenwinds van de bron verspreiden en daar schade veroorzaken. Dit betreft voornamelijk schade voor de gezondheid van de bevolking. De schade kan optreden via een aantal mechanismen: ontsnapping van een toxische stof, explosie of brand. Bij verspreiding van toxische stoffen bepalen de duur, de hoogte en route van de blootstelling en de kwetsbaarheid van de getroffenen welke schadelijke gevolgen kunnen optreden. Het standaard advies van de overheid aan de bevolking van het effectgebied om binnen te schuilen is bedoeld om blootstelling te minimaliseren. Naast het advies om binnenshuis te schuilen bij incidenten met gevaarlijke stoffen is er ook de maatregel om te ontruimen of te evacueren.
Aan deze maatregelen kleven echter ook praktische en organisatorische bezwaren. De keuze schuilen of ontruimen/evacueren kan ingrijpende gevolgen hebben voor de hulpverleners in het veld.
Naast organisatorische en logistieke problemen speelt de (inhoudelijke) afweging of het middel erger is dan de kwaal een belangrijke rol. Bij de beslissing tot schuilen zullen mensen met acute gezondheidsproblemen in het gebied bijvoorbeeld niet geholpen kunnen worden. Daarnaast kunnen zowel schuilen, ontruimen als evacueren tot maatschappelijke onrust leiden. Het uitvaardigen van de maatregel schuilen of ontruimen/evacueren is uiteindelijk een bestuurlijke beslissing.
Een incident of ramp met de mogelijke maatregel tot schuilen of ontruimen/evacueren kan zich elk moment van de dag voordoen. Het is belangrijk dat in dat geval hulp- en overheidsdiensten weten wat ze moeten doen en wat van hen verwacht wordt. Dit geldt niet alleen voor het bestrijden van een incident op operationeel niveau, maar ook voor bestuurders op strategisch niveau.
Om het advies tot het nemen van de maatregel schuilen of ontruimen/evacueren in het operationele team (OT) sneller en inzichtelijker te laten verlopen, is een protocol Schuilen of Ontruimen/Evacueren (SOE) ontwikkeld.
(N.B. Het nemen van de maatregel is uiteindelijk een bestuurlijke beslissing die door het beleidsteam (BT) genomen wordt.)
Het Protocol SOE biedt een leidraad voor de invulling, werkwijze en samenwerking tussen de diverse spelers.
Aan deze maatregelen kleven echter ook praktische en organisatorische bezwaren. De keuze schuilen of ontruimen/evacueren kan ingrijpende gevolgen hebben voor de hulpverleners in het veld.
Naast organisatorische en logistieke problemen speelt de (inhoudelijke) afweging of het middel erger is dan de kwaal een belangrijke rol. Bij de beslissing tot schuilen zullen mensen met acute gezondheidsproblemen in het gebied bijvoorbeeld niet geholpen kunnen worden. Daarnaast kunnen zowel schuilen, ontruimen als evacueren tot maatschappelijke onrust leiden. Het uitvaardigen van de maatregel schuilen of ontruimen/evacueren is uiteindelijk een bestuurlijke beslissing.
Een incident of ramp met de mogelijke maatregel tot schuilen of ontruimen/evacueren kan zich elk moment van de dag voordoen. Het is belangrijk dat in dat geval hulp- en overheidsdiensten weten wat ze moeten doen en wat van hen verwacht wordt. Dit geldt niet alleen voor het bestrijden van een incident op operationeel niveau, maar ook voor bestuurders op strategisch niveau.
Om het advies tot het nemen van de maatregel schuilen of ontruimen/evacueren in het operationele team (OT) sneller en inzichtelijker te laten verlopen, is een protocol Schuilen of Ontruimen/Evacueren (SOE) ontwikkeld.
(N.B. Het nemen van de maatregel is uiteindelijk een bestuurlijke beslissing die door het beleidsteam (BT) genomen wordt.)
Het Protocol SOE biedt een leidraad voor de invulling, werkwijze en samenwerking tussen de diverse spelers.
Ontruiming heeft vooral betrekking op gebouwen. Veelal wordt een ontruiming in gang gezet nadat een ontruimingsalarminstallatie in werking is getreden. De ontruiming wordt dan veelal gecoördineerd door een bedrijfshulpverleningsorganisatie. Ook kan een ontruiming plaatsvinden op last van de politie. Daarbij kan sprake zijn van een ontruiming van een gebouw, maar ook van een gebied.
Het cruciale aspect van (brand)veiligheid van gebouwen is de mogelijkheid voor het zelfstandig en veilig vluchten in geval van brand of een ander incident. Een belangrijke voorwaarde hierbij is dat in het gebouw zodanige brandveiligheidsmaatregelen zijn getroffen dat die ontvluchting ook mogelijk is. De maatregelen kunnen bestaan uit technische maatregelen, zoals een functionerende ontruimingsalarminstallatie, of uit organisatorische maatregelen, zoals een opgeleide en geoefende bedrijfshulpverleningsorganisatie.
Ontruiming
Gebouwen moeten in Nederland zodanig worden ontworpen, dat mensen in staat zijn bij brand zelfstandig te vluchten uit een gebouw. Indien mensen niet in staat zijn om zelf te vluchten (bijvoorbeeld in ziekenhuizen of kinderdagverblijven) dan dienen er extra veiligheidsmaatregelen te worden getroffen om ervoor te zorgen dat mensen tijdig in veiligheid kunnen worden gebracht.
Bij het onderwerp Wetten en regels is aangegeven welke onderdelen van de bouwregelgeving betrekking hebben op ontruiming van gebouwen.
In 2008 is de publicatie Zelfredzaamheid bij brand: kritische factoren voor het veilig vluchten verschenen (M. Kobes, ISBN 978-90-5454-850-8, Boom Juridische uitgevers), die een goed overzicht geeft van de stand van zaken op dit gebied.
Als korte samenvatting van deze publicatie is de Brochure Zelfredzaamheid bij brand; Tien mythen ontkracht beschikbaar.
Het cruciale aspect van (brand)veiligheid van gebouwen is de mogelijkheid voor het zelfstandig en veilig vluchten in geval van brand of een ander incident. Een belangrijke voorwaarde hierbij is dat in het gebouw zodanige brandveiligheidsmaatregelen zijn getroffen dat die ontvluchting ook mogelijk is. De maatregelen kunnen bestaan uit technische maatregelen, zoals een functionerende ontruimingsalarminstallatie, of uit organisatorische maatregelen, zoals een opgeleide en geoefende bedrijfshulpverleningsorganisatie.
Ontruiming
Gebouwen moeten in Nederland zodanig worden ontworpen, dat mensen in staat zijn bij brand zelfstandig te vluchten uit een gebouw. Indien mensen niet in staat zijn om zelf te vluchten (bijvoorbeeld in ziekenhuizen of kinderdagverblijven) dan dienen er extra veiligheidsmaatregelen te worden getroffen om ervoor te zorgen dat mensen tijdig in veiligheid kunnen worden gebracht.
Bij het onderwerp Wetten en regels is aangegeven welke onderdelen van de bouwregelgeving betrekking hebben op ontruiming van gebouwen.
In 2008 is de publicatie Zelfredzaamheid bij brand: kritische factoren voor het veilig vluchten verschenen (M. Kobes, ISBN 978-90-5454-850-8, Boom Juridische uitgevers), die een goed overzicht geeft van de stand van zaken op dit gebied.
Als korte samenvatting van deze publicatie is de Brochure Zelfredzaamheid bij brand; Tien mythen ontkracht beschikbaar.
Evacuatie
Bij evacuatie gaat het om een grootschalige ontruiming van gebieden, zoals het geval is bij een overstroming of een natuurbrand.
In tegenstelling tot bij een ontruiming is er bij een evacuatie vaak geen sprake van een acute dreiging en kan men de dreiging enige tijd vooraf aan zien komen. Een gecoördineerde evacuatie start na een formele toestemming van een daarvoor bevoegde bestuurder, doorgaans de Burgemeester. Belangrijke aspecten bij evacuatie zijn de bestuurlijke coördinatie van de evacuatie en de mate van evacuatiebereidheid van burgers.
In het rapport Risicoperceptie bij overstromingen in relatie tot evacuatiebereidheid (NIPO i.o.v. BZK, 2006) zijn enkele bevindingen hierover opgenomen.
In het rapport Capaciteitenanalyse grootschalige evacuatie (Programma Nationale Veiligheid, BZK 2008) is de (bestuurlijke) taak ‘grootschalige evacuatie’ doorgelicht om te beoordelen welke capaciteiten nodig zijn om die taak uit te voeren.
Een scenario als de overstroming van de kust met de zeer beperkte evacuatiemogelijkheden laat zien dat de veiligheid van Nederland in de responsfase niet optimaal kan worden gewaarborgd. Dit betekent dat preventieve maatregelen van groot belang zijn. Deze analyse laat zien dat bijvoorbeeld de programma’s ‘Zwakke schakels kust’, ‘Ruimte voor de rivier’ en ‘Waterveiligheid 21ste eeuw’ onmisbaar zijn om de nationale veiligheid te versterken.
Bij het onderwerp Procedures en protocollen is informatie over het protocol 'Schuilen of Ontruimen/Evacueren' opgenomen.
In tegenstelling tot bij een ontruiming is er bij een evacuatie vaak geen sprake van een acute dreiging en kan men de dreiging enige tijd vooraf aan zien komen. Een gecoördineerde evacuatie start na een formele toestemming van een daarvoor bevoegde bestuurder, doorgaans de Burgemeester. Belangrijke aspecten bij evacuatie zijn de bestuurlijke coördinatie van de evacuatie en de mate van evacuatiebereidheid van burgers.
In het rapport Risicoperceptie bij overstromingen in relatie tot evacuatiebereidheid (NIPO i.o.v. BZK, 2006) zijn enkele bevindingen hierover opgenomen.
In het rapport Capaciteitenanalyse grootschalige evacuatie (Programma Nationale Veiligheid, BZK 2008) is de (bestuurlijke) taak ‘grootschalige evacuatie’ doorgelicht om te beoordelen welke capaciteiten nodig zijn om die taak uit te voeren.
Een scenario als de overstroming van de kust met de zeer beperkte evacuatiemogelijkheden laat zien dat de veiligheid van Nederland in de responsfase niet optimaal kan worden gewaarborgd. Dit betekent dat preventieve maatregelen van groot belang zijn. Deze analyse laat zien dat bijvoorbeeld de programma’s ‘Zwakke schakels kust’, ‘Ruimte voor de rivier’ en ‘Waterveiligheid 21ste eeuw’ onmisbaar zijn om de nationale veiligheid te versterken.
Bij het onderwerp Procedures en protocollen is informatie over het protocol 'Schuilen of Ontruimen/Evacueren' opgenomen.

